Zo af en toe lever ik een bijdrage aan KerkInStad. Dat is het kerkblad van de protestantse gemeente in Groningen (stad). Vorige week verscheen mijn column over een bezoek aan de dierenarts. Ik kan het niet laten om mijn verhaal ook hier te delen.
---
Voor mevrouw Frits en mij brak afgelopen week een nieuwe fase aan: we waren voor het eerst bij de dierenarts. Al met al een onderwerp waar ik de laatste maanden vaker over nadenk. Want het bezitten van een huisdier is meer dan het bezitten van een huisdier.
Het was ook eigenlijk niet een vooropgezet plan om een poes te nemen. We kregen Jip via een tante van mevrouw Frits, die door samenloop van omstandigheden een kat te veel had. Of wij geen interesse hadden om dit poesje over te nemen? Na ampel beraad besloten we ons huis open te stellen voor deze poes.
Wat in dit geval goed hielp (maar overigens niet doorslaggevend) was dat dit poesje al ruim drie jaar was. En gevaccineerd, een chip tussen de schouderbladen en geholpen om een kattenplaag te voorkomen. Veel opvoedkundige problemen lagen niet in het verschiet, dus Jip was voor ons een uitstekend instapmodel.
Het is niet zo dat we in huize-Tromp nou tegen huisdieren zijn. Het is meer dat het er nooit echt van is gekomen. Behalve misschien een cavia of konijn in vroeger dagen. Nu er een poes op ons wachtte, veranderde onze blik op de wereld een beetje.
We kregen de zorg toebedeeld over een levend wezen. Natuurlijk, een kat of een poes is geen mens, maar wel degelijk een levend wezen. Een schepseltje waar je onverwacht een band mee opbouwt. Dat je een relatie opbouwt met een poes, had ik van tevoren niet bedacht.
Mijn werk en studie spelen zich deels thuis af, waardoor ik veel ben waar onze poes ook is. Na het halfjaar dat Jip nu bij ons woont, heb ik het idee dat wij elkaar begrijpen. We kunnen met elkaar communiceren, we snappen elkaar, al praat de een mensentaal en de ander poezentaal. Misschien klinkt het pathetisch, maar je gaat je hechten aan zo’n huisdier. Ook met een bezoek aan de dierenarts, waarbij mevrouw Frits en ik troostende woorden spraken richting de poes in een onbekende omgeving.
Ik ga ervan uit dat de Schepper van hemel en aarde bezig is met het herscheppen van deze hemel en aarde. Het lijkt me meer dan logisch dat ook op die vernieuwde hemel en aarde ruimte is voor dieren. Of we dan ook huisdieren hebben, is misschien een ander verhaal. Maar tussen mens en dier zal een band bestaan, een onderlinge relatie. Op die nieuwe aarde is een plek ingeruimd voor een dier als Jip.
Dat moet haast wel. Als je als Schepper al zoveel aandacht en zorg besteed aan de dieren in het huidige ondermaanse bestaan, hoeveel temeer zal die creativiteit zich uiten bij een nog betere hemel en aarde.
De dierenarts bevindt zich op loopafstand van ons huis. Dat scheelde bij ons eerste bezoek, dat we ons over de reis geen zorgen hoefden te maken. De dokter was tevreden, Jip deed het goed. Na een kwartier stonden we ook alweer buiten. Met de toezegging: “Tot volgend jaar!”
Bron: KerkInStad
Geen opmerkingen:
Een reactie posten